Energietransitie

Je hebt het woord vast wel eens gehoord: energietransitie. Maar wat bedoelen we daar eigenlijk mee? Dat leggen we graag uit!

Voordat elektriciteit uit het stopcontact komt, wordt deze opgewekt in elektriciteitscentrales, die olie, gas of kolen gebruiken als brandstof, of in kerncentrales die draaien op uranium. Maar ook steeds meer uit windenergie en zonnepanelen. Dit noemen we ‘groene energie’. Beter voor het milieu dus. De overgang van fossiele brandstoffen naar groene, duurzame energie noemen we de energietransitie. We willen dat de elektriciteit die we gebruiken volledig duurzaam wordt opgewekt: uit zon, wind of water dus. Die verandering is nodig, omdat we met de oude manier van opwekken te veel schadelijke broeikasgassen uitstoten. Die gassen, zoals CO2, zorgen voor opwarming van de aarde, waardoor het weer extremer wordt met hele natte of juist hele droge en hete periodes. Bovendien neemt ons elektriciteitsverbruik nog steeds toe.

TenneT wil actief een bijdrage leveren aan een duurzame stroomvoorziening. Daarom investeren we de komende jaren heel veel in nieuwe elektriciteitsnetten. Meer dan 80% van deze nieuwe netten is direct nodig voor de energietransitie en het transport van zon- en windenergie.

Afspraken Parijs

In 2015 kwamen bijna 200 landen in Parijs bij elkaar om te praten over het klimaat. Tijdens deze klimaatconferentie is afgesproken om minder broeikasgassen uit te stoten. In 2030 moet de uitstoot met 49% zijn gedaald en in 2050 met 95% in vergelijking met 2015. Ook Nederland heeft dit verdrag ondertekend. Afspraken over hoe we deze doelen kunnen bereiken zijn verder uitgewerkt in ons nationaal Klimaatakkoord.

Geen gas meer

In het Klimaatakkoord staat onder andere dat we meer gebruik moeten maken van duurzame energiebronnen, zoals wind en zon. Daar hebben we genoeg van en het raakt niet op. Er is maar één aarde, dus daar moeten we zuinig op zijn. Maar er is nog meer mogelijk. Een van de voorwaarden om de internationale doelen te halen, is dat we stoppen met het gebruik van aardgas om te koken en onze huizen te verwarmen. De verbranding van aardgas zorgt voor veel CO2-uitstoot en daar willen we natuurlijk vanaf.

Wat dan wel?

In plaats van met aardgas kun je je huis ook met stadsverwarming of een warmtepomp verwarmen. Bij stadsverwarming wordt de restwarmte die vrijkomt van bedrijven op een industrieterrein via een warmtenet naar je huis vervoerd om je huis te verwarmen en voor warm water te zorgen. Dit kan alleen als er een warmtenet in de buurt van jouw huis ligt. Een warmtepomp is ook een goed alternatief, omdat die op elektriciteit werkt. Een warmtepomp is eigenlijk een omgekeerde airconditioning. In plaats van dat het je huis koeler maakt, verwarm je het ermee. Ook kun je het gasfornuis vervangen door een elektrische kookplaat.

En meer duurzaamheid

Je kunt nog veel meer doen om duurzamer te leven. Je kunt zonnepanelen op je dak leggen en je huis extra goed isoleren, zodat de warmte niet snel weer weggaat. En je kunt ook producten kopen die zo gemaakt zijn, dat ze minder slecht zijn voor het milieu. Op de Keurmerkenwijzer op internet kun je alle keurmerken vinden. Er is zelfs al een speciale app, zodat je in de winkel kunt controleren of een product wel duurzaam gemaakt is of weinig energie gebruikt. Elektrische apparaten met een A-label zijn energiezuinig. En met een A++ label nog zuiniger. Dit is niet alleen beter voor het milieu, maar ook voor je portemonnee.