Energie kan je zelf

Energie is dichterbij dan je denkt.

Leuke proefjes en spelletjes om thuis of in de klas te doen!

Krakende citroenen

Wat heb je nodig?

• een citroen

• een 5 eurocent munt

• een metalen paperclip

• een klein mesje

• een koptelefoon

Aan de slag!

  1. Maak met het mesje een klein sneetje in de citroen.
  2. Steek het muntje in de snee.
  3. Vouw de paperclip uit elkaar tot een draadje.
  4. Prik de uitgevouwen paperclip in de citroen, ongeveer één cm naast het muntje.
  5. Zet de koptelefoon op je oren.
  6. Houd de onderkant van de stekker van de koptelefoon tegen de munt.
  7. Kras nu met het uiteinde van de paperclip langs de zijkant van de stekker.
  8. Luister goed!

Hoe werkt het?

Het gekraak dat je hoort wordt veroorzaakt door jouw citroenbatterij! Normaal komt de stroom om geluid te maken van de batterij in je mobiel of tablet. Nu komt het omdat je twee verschillende metalen in de citroen hebt gestoken. Stroom bestaat uit geladen deeltjes die bewegen. Deze deeltjes noemen we elektronen. De paperclip is gemaakt van ijzer. Dit metaal kan elektronen afgeven. Het muntje is gemaakt van koper. Dat metaal reageert met het citroensap en wil elektronen graag opnemen. De elektronen gaan van de paperclip, door de koptelefoon, naar het muntje. Deze stroom van elektronen laat de koptelefoon kraken.

Ballonpower

Wat heb je nodig?

  • twee ballonnen • een stuk stof van wol of fleece (bijvoorbeeld een trui of sjaal) • een spaarlamp (geen gloei- of LED lamp!)

Aan de slag!

  1. Blaas de ballon op en knoop hem dicht.
  2. Wrijf de ballon nu ongeveer 10 tellen langs de stof.
  3. Neem in de ene hand de ballon en in de andere de spaarlamp.
  4. Beweeg de ballon en de spaarlamp langzaam naar elkaar toe: wat zie je?
  5. Als je niets ziet, probeer het dan opnieuw en wrijf de ballon wat langer langs de stof.

Hoe werkt het?

Doordat je de ballon langs de stof wrijft, gaan er negatief geladen deeltjes van de stof naar de ballon. Deze deeltjes heten elektronen. De elektronen blijven op hun plek op de ballon en zorgen voor een negatieve (-) lading. We noemen dit ook wel ‘statische elektriciteit’, omdat de elektronen niet bewegen. Maar zodra de spaarlamp in de buurt komt, springen de elektronen over naar de lamp. Deze bewegende elektronen noemen we stroom. Deze stroom zorgt ervoor dat de lamp een korte flits geeft.

Leuk weetje!

Wist je dat ons woord ‘elektriciteit’ afkomstig is van de oude Grieken? Zij merkten dat als je barnsteen mooi oppoetst met een lapje stof deze een aantrekkende kracht had op bijvoorbeeld papier. En de Griekse naam voor barnsteen is…. ‘elektron’!

Aantrekkelijke ballonnen

Wat heb je nodig?

  • een ballon
  • een stuk stof van wol of fleece (bijvoorbeeld een trui of sjaal)
  • een leeg blikje frisdrank
  • een wasbak met kraan

Aan de slag!

  1. Blaas de ballon op en knoop hem dicht.
  2. Loop naar de wasbak en zet de kraan zachtjes aan.
  3. Zorg dat je een rustig straaltje water krijgt.
  4. Wrijf de ballon ongeveer tien tellen langs de stof.
  5. Houd de ballon naast de waterstraal in de buurt en kijk wat er gebeurt!
  6. Voor het tweede deel van dit proefje leg je het lege blikje op de grond of op tafel.
  7. Wrijf de ballon opnieuw langs de stof.
  8. Houd de ballon net naast het blikje en beweeg de ballon rustig opzij: wat gebeurt er?

Hoe werkt het?

Deze deeltjes heten elektronen. De elektronen blijven op hun plek op de ballon en zorgen voor een negatieve (-) lading. We noemen dit ook wel ‘statische elektriciteit’ omdat de elektronen niet bewegen. Water bestaat uit kleine deeltjes (watermoleculen) die een negatieve (-) én positieve (+) kant hebben. De positieve kant van de watermoleculen wordt aangetrokken door de negatief geladen ballon. De waterstraal buigt richting de ballon! Het werkt ook met een blikje: de positieve lading in het blikje kun je naar je toe trekken met de negatief geladen ballon.

Afstotende ballonnen

Wat heb je nodig?

  • twee ballonnen
  • een stuk stof van wol of fleece bijvoorbeeld een trui of sjaal)
  • een stukje touw van ongeveer 1 meter

Aan de slag!

  1. Blaas de ballonnen op en knoop ze dicht.
  2. Knoop aan elk uiteinde van het touw een ballon.
  3. Pak met één hand het midden van het touw.
  4. Strek je arm zodat de twee ballonnen naar beneden hangen zonder dat ze iets anders kunnen aanraken.
  5. Pak nu met je andere hand een ballon en wrijf die langs de stof.
  6. Laat de ballon rustig hangen.
  7. Wrijf daarna de ook de tweede ballon langs de stof.
  8. Kijk goed wat er gebeurt als je de ballonnen rustig laat hangen.

Hoe werkt het?

Net als bij de proef ‘aantrekkelijke ballonnen’ hebben we de ballonnen een negatieve (-) statische lading gegeven. Maar nu zie je dat de twee ballonnen elkaar afstoten. Dat komt doordat ze dezelfde soort lading hebben (- en -), en dat stoot elkaar af.